Log in of maak een account aan

U bent hier

De toekomst van het Sint-Annabos

Het Sint-Annabos moet tijdelijk verdwijnen om de Oosterweeltunnel te bouwen.
Het Masterplan 2020 heeft een impact op het Sint-Annabos. Over de plannen voor het bos bestaat heel wat onduidelijkheid. De Nieuwe Antwerpenaar vroeg experts een antwoord op enkele veelgestelde vragen.

Wat gaat er gebeuren met het bos?
Frank Van Hulle (Studiebureau Antwerpen Mobiel – tv SAM): “Het Sint-Annabos wordt in verschillende fasen gekapt en vervangen. Eerst wordt het westelijke deel van het bos gekapt, dat is ongeveer de helft. Anderhalf jaar later verdwijnt ook de oostelijke helft. De vrijgekomen ruimte wordt gebruikt als werf voor de bouw van de Oosterweeltunnel en om tijdelijk grond, klei en veen uit de tunnelsleuf op te slaan. Er is gezocht naar alternatieven voor de opslag en de verwerking van die grond op andere plaatsen. Maar het is niet efficiënt om eerst grond af te voeren en die daarna terug te halen om de tunnelsleuf mee op te vullen. Dat kost bovendien miljoenen extra.”

Hoe lang zitten we zonder bos?
Guy Heutz (Agentschap voor Natuur en Bos – ANB): “De werken aan de tunnel zullen iets meer dan vier jaar duren. Nog tijdens dat vierde jaar begint de heraanleg van het oostelijke deel van het bos. Daar komen snelgroeiende bomen en planten zodat het bos na een jaar al enkele meters hoog is. Dat nieuwe stuk Sint-Annabos zal klaar én open zijn voor het publiek wanneer de tunnel is afgewerkt.”

Het huidige bos is een belangrijk groen- en recreatiegebied. Wat komt daar uiteindelijk voor in de plaats?
Jaak Polen (Mobiliteit en Openbare Werken): “Behalve het stuk aan de tunnelmond wordt het Sint-Annabos helemaal opnieuw aangeplant, goed voor bijna honderd hectare bos. Het
wordt een inheems bos, met plaats voor natuur en recreatie. In het oostelijke deel is er ruimte voor spel, sport en ontspanning. Er komen veel wandelpaden, picknickbanken en een uitkijkplatform. In het westelijke deel krijgt de natuur het voor het zeggen. Dat wordt een nat bos met plassen en greppeltjes. Er komen minder wandelpaden waardoor fauna en flora meer kans krijgen. Aan de oevers van de Schelde komt een ecologisch waardevol gebied met slikken en schorren.”

“Het duurt ongeveer 20 jaar vooraleer een bos volwassen is. Maar je hebt al veel sneller een ‘bosgevoel’. Kijk maar naar Middenvijver. Daar staat het groen er na twee jaar al heel mooi bij. De herinrichting van de natuurgebieden Middenvijver en Burchtse Weel is intussen afgerond. Daar kan iedereen nu al terecht om te lopen, fietsen of wandelen. Aan Middenvijver is
er ook een hondenwei. Natuurgebied Het Rot is ideaal voor vogelliefhebbers. Ook in het Esmoreitpark kan gewandeld en gejogd worden. Al die gebieden zullen samen met het nieuwe Sint-Annabos één groot groengebied vormen.”

Wordt de bodem op Linkeroever verontreinigd door Scheldewater of slib?
Frank Van Hulle (tv SAM): “Nee. Er wordt geen vervuild slib aan land gebracht. En de tijdelijke opslag van grond en de ontwatering van veen verontreinigen de bodem niet. De natte grond wordt in waterdichte kuipen opgeslagen. Het water in die kuipen wordt meteen weer naar de Schelde afgevoerd. Op geen enkel moment kan er Scheldewater in de bodem dringen.”

Hoe zit het met lawaaioverlast?
Frank Van Hulle (tv SAM): “Een bouwwerf van deze omvang brengt onvermijdelijk extra lawaai met zich mee. Om de hinder tot een minimum te beperken, komt tussen de woonwijk en de werf een aarden geluidswal. Er blijft ook altijd een buffer van 50 meter bos. Om later de geluidsoverlast van het verkeer te beperken, komt de aanloop naar de tunnel in een verdiepte bedding en komen er geluidsbermen en -schermen.

Welke gevolgen heeft de nieuwe Scheldetunnel op de luchtkwaliteit van Linkeroever?
Stijn Janssen (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek – VITO): “Groengebieden werken als een buffer voor de schadelijke uitstoot van fijn en grof stof. Hoeveel vervuiling een bos kan filteren, is moeilijk te zeggen. Wetenschappers schatten de vermindering van fijn stof van industrie en verkeer op zo’n 5 à 10 procent. Het is vooral belangrijk dat de planten en bomen zo dicht mogelijk bij de vervuilende bron staan. Dan werken ze het best als buffer. Daarom komt er ook een nieuw bos, zodat die buffer zeker blijft.”

 

Meer in dossier

De Nieuwe Antwerpenaar Info over de werking van de stad Antwerpen?