Log in of maak een account aan

U bent hier

Moet er nog zand zijn?

De bemanningsleden blijven een week aan boord
ANTWERPEN | De verdieping van de Westerschelde op Nederlands grondgebied is volop bezig. Het doel is de toegang van de Antwerpse haven beter en veiliger te maken. Wij gingen aan boord bij één van de baggerschepen, de Lange Wapper.

Verdieping op Nederlandse bodem

Om de Schelde uit te diepen, moet 7,7 miljoen m³ zand worden uitgebaggerd. Er moeten twaalf ondiepe zones worden uitgediept, waaronder negen drempels of natuurlijke zandbanken. Eén beurt volstaat niet. Een baggerschip maakt een aantal beurten in achtvorm en neemt dan telkens een laag mee tot de juiste diepte is bereikt. Tijdens het baggeren worden zand en water zoveel mogelijk gescheiden. Het water gaat via de overloop opnieuw de Schelde in. Het uitgebaggerde zand wordt gebruikt om de platen in de rivier te verstevigen - dat zijn de stukken grond die bij laag tij droog liggen. Door het baggerzand groeien ze aan en vergroot de oppervlakte van de platen. Zo ontstaat er een grotere diversiteit aan plantengroei.

Behalve zand worden ook mijnen, bommen, antieke kanonskogels, brokstukken, keien, kabels opgegraven. Die worden opgevangen door het bommenrooster in de sleepkop. Wat explosief kan zijn, wordt ontmijnd. Eigenlijk ruimen baggerschepen dus de Scheldebodem op.

De verdieping zal ongeveer een jaar duren. Daarna zullen schepen met een grotere lading gemakkelijker naar Antwerpen kunnen varen. De Lange Wapper, eigendom van het bedrijf DEME uit Zwijndrecht, krijgt assistentie van vier andere baggerschepen om de klus voor het einde van het jaar te klaren. Opdrachtgever is de Afdeling Maritieme Toegang van de Vlaamse overheid. Wat momenteel gebeurt, is niet zo uitzonderlijk. Jaarlijks wordt bij wijze van onderhoud zo’n 13 miljoen m³ Scheldezand weggebaggerd.

Tekst: Tin Vancutsem en Martijn Gys | Foto’s: Joris Casaer

Meer in dossier

Meer Over...

De Nieuwe Antwerpenaar Info over de werking van de stad Antwerpen?