Log in of maak een account aan

Kunstenaar Jan Fabre toont PIETAS in Park Spoor Noord

Beeldend kunstenaar, performancekunstenaar, theater- en operamaker, choreograaf of auteur: Antwerpenaar Jan Fabre is het allemaal. Zijn werk is te zien in de hele wereld, van Venetië en Avignon tot New York en Santiago de Chile. Vanaf 25 mei stelt Fabre zijn piëtas tentoon in Park Spoor Noord: vijf marmeren sculpturen op een vloer van bladgoud. “Ik ben hier geboren en getogen: ik hou van de Seefhoek!"

“Eigenlijk wou ik postbode worden”

In de voormalige treinloods in Park Spoor Noord kan u nog de hele zomer naar de Piëta’s van Jan Fabre. De werken waren eerder al te zien in Venetië. Vier reuzegrote ‘breinsculpturen’ leiden naar hét pronkstuk: een levensgrote piëta, geïnspireerd op het beroemde beeld van Michelangelo. Het gezicht van Maria is echter een doodshoofd en de kunstenaar neemt zelf de plek van Christus in. Controversieel? “Niet echt”, vindt Fabre. “In Italië was er één artikel dat opende met ‘Scandaloso!’, maar eigenlijk waren de reacties heel positief. Ik ben niet de eerste die Michelangelo’s meesterwerk interpreteert. Er zijn veel klassieke schilderijen waar het gezicht van Maria als een doodshoofd wordt afgebeeld, alleen werden die schilderijen verboden door de Kerk. Het is dus eigenlijk een historische referentie. In mijn interpretatie ‘Barmhartige droom’ (Piëta V) offert de moeder zich op voor haar zoon. Dit keer ligt niet Jezus, maar wel een kunstenaar in haar handen. Uit de hand van de kunstenaar glijdt een brein. Ik heb mezelf hier afgebeeld in de traditie van het zelfportret omdat ik in een soort geleende tijd leef, net zoals Christus vind ik. Hij heeft zich opgeofferd voor zijn geloof. Ik offer mezelf als kunstenaar aan de schoonheid.”

Met andere woorden: u offert uw brein aan de schoonheid?
“Daar gaat de tentoonstelling net over. Het is een ode aan het brein. Imitatie, empathie of compassie hebben we niet van God gekregen. Het is een constructie die ons brein voor ons maakt. Heel veel van mijn recente oeuvre is geïnspireerd op nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen daarover. Het brein is het meest sexy deel van ons lichaam.”

Toch: schoonheid ervaar je vanuit je buik, niet vanuit je brein.
“Maar allez! No imagination, no erection! Alles begint toch in je hoofd!” (lacht)

Hoe wil u de bezoekers dat laten ervaren?
“De vijf melkwitte marmeren sculpturen staan op een platform bekleed met 24-karaats bladgoud. Bezoekers mogen het platform in groepjes betreden op speciaal ontworpen vilten pantoffels, een kleine hommage aan Joseph Beuys. Zo probeer ik een soort spirituele ruimte te creëren. De vier eerste sculpturen zijn grote hersenen waaruit telkens een spiritueel of religieus symbool groeit: het kruis van het paganisme of de nagels van Christus. Daarmee refereer ik naar verschillende geloofsovertuigingen. Op het einde van deze rite sta je voor mijn versie van de piëta van Michelangelo. Ik heb hetzelfde soort marmer gekozen dat Michelangelo meer dan 500 jaar geleden gebruikte. Italiaans Carrara-marmer: bijna vlekkeloos wit.”

“Mijn eigen brein en de breinen van mijn ouders stonden model voor deze tentoonstelling”

U kapt het marmer niet zelf. Wat doet u wel en wat besteedt u uit?
“Ik ontwerp. Jarenlang heb ik kleine modellen gemaakt van het brein, tot ik tevreden was. Dan zijn de beste kappers ter wereld twee jaar lang met het marmer aan de slag gegaan. Ze hebben twee jaar aan de beelden gewerkt. De Bonsaiboom die uit een van de breinen groeit, is uit één stuk gekapt. Daar zijn veertien mensen negen maanden lang zoet mee geweest.”

Wiens brein heeft model gestaan?
“Ik heb mijn eigen brein laten scannen, en ook dat van mijn moeder en mijn vader. Dat werden de basisvormen voor deze sculpturen.”

Waarover insecten kruipen, iets dat ook dikwijls terugkomt in uw werk.
“Elk insect refereert naar het lichamelijke en zintuiglijke, maar ook naar oude installaties en tekeningen. Het gaat nog verder, want veel gaat terug naar die kleine biotoop die ik voor mezelf creëerde toen ik jong was. Mijn fascinatie voor insecten heb ik te danken aan mijn oom. Hij gaf me op mijn zestiende het boek ‘De l’homme et des insectes’ van Jean Henri Fabre: een insectendeskundige die geweldige teksten en tekeningen publiceerde. Dat heeft me als jonge kunstenaar erg beïnvloed.”

Op uw zeventiende had u uw eerste expositie, maar wat wou u  als kind eigenlijk worden?
“Postbode! De zoon van mijn meter en peter was postbode en ik dacht: ‘Wauw, mooi beroep: die man loopt elke dag op straat en praat met iedereen’. Ik dacht dat hij heel vrij was. Toen ik 10 jaar oud was, werd dat chemicus. Ik had van mijn vader de ‘Chemische Doos 1 en 2’ gekregen. Daar kon je kleine proefjes en experimenten mee doen. In de kelder had ik mijn laboratorium: ik mengde vloeistoffen en experimenteerde naar hartenlust. Maar ik vind dat ik toch een mengeling van de twee ben geworden. Als kunstenaar draag ik wereldwijd mijn post rond én ik kies constant voor het experiment.”

U ging al snel wereldwijd: New York, Venetië, Sao Paolo, … Maar toch keert u steeds terug naar Antwerpen, naar de Seefhoek.
“Voor mij is de USA ‘The United States of Antwerp’. Ik hou ongelooflijk van Antwerpen, van mijn dialect, van de buurt. Mijn ouders woonden er, ik ben hier geboren en getogen. Ik hou gewoon van de Seefhoek. Deze buurt leeft!”

“Na de expo blijven de piëta’s in Antwerpen.”

Nu staat uw tentoonstelling in uw achtertuin. Maakt dat het extra speciaal?
“Ik vind het heel fijn dat deze piëta’s in Antwerpen staan. Als klein jongetje kwam ik niet in deze buurt: dit was het terrein van de mannen van Den Dam. Ik was van ‘t Schoolplak en voetbalde op het Stuivenbergplein. Anderzijds was ik toen ook al met kunst bezig. Later heb ik mijn ouderlijk huis een eigen gedenkplaat gegeven: ‘Hier leeft en werkt Jan Fabre’. Een van mijn eerste performances heb ik in de Lange Beeldekensstraat gedaan. Ik heb ooit die straatnaam veranderd in ‘Jan Fabrestraat’, ik vond dat wel passen.” (lacht)

Het is de eerste keer dat de loods in Park Spoor Noord als expositieruimte wordt gebruikt. Was dat op uw vraag?
“De stad heeft me veel verschillende ruimtes laten zien, onder andere kerken. Ik vind het net mooi dat dit soort werk hier wordt tentoongesteld. Tegelijkertijd vind ik het best wel spannend om mijn kunst naar deze buurt te halen. Ik hoop echt dat daardoor een ander soort publiek òòk naar mijn werk komt kijken. Echte schoonheid moet voor iedereen voelbaar en tastbaar zijn.

Wat gebeurt er na deze expositie met de piëta’s?
“Ze blijven in Antwerpen. Een Vlaamse verzamelaar heeft dit werk gekocht. Hij wil ze permanent tentoonstellen.”

Uw theatergebouw Troubleyn bestaat vijf jaar. Ook dat is in deze buurt gevestigd. Uw wortels zitten echt stevig verankerd.
“Troubleyn is mijn laboratorium. In dat gebouw bereid ik mijn podiumwerk voor. Toen ik het gebouw in bruikleen kreeg, was de buurt echt wel wat onderkomen. Ondertussen is het hier stevig veranderd. Veel jonge mensen, waaronder heel wat acteurs en muzikanten, hebben in de omgeving een huis gekocht waardoor de buurt opnieuw herleeft. Het Troubleyn Laboratorium op zich is een fantastische plek. Collega-kunstenaars hebben er op mijn uitnodiging speciaal iets voor bedacht. Daardoor biedt het gebouw nu onderdak aan veertig permanente kunstwerken van onder meer Luc Tuymans, Rob Scholte en Alberto Garutti. Angel Vergara maakte net nog een nieuwe plafondschildering. Allemaal internationale namen die zorgen voor een unieke en waardevolle collectie.”

Zijn die werken te bezichtigen?
“Je kan niet zomaar binnenlopen, maar er zijn rondleidingen op afspraak. Voor jonge medewerkers, theaterwetenschappers, kunstenaars, en ook mijn dansers en acteurs, vind ik het belangrijk dat ze in contact komen met échte kunstwerken. Ze kunnen die bekijken en voelen in plaats van ze op het internet te zien.”

U bent een drukbezet man. Wat doet u om te ontspannen?
“Ik teken of ik schrijf. Dan verlies ik de tijd. Letterlijk. Ik kan soms thuiskomen en beginnen tekenen tot 7 uur ‘s morgens. Ik hou van die eenzaamheid: zo laad ik mijn batterijen op. Mijn werk is mijn vakantie en andersom. Ik ben ondertussen de 50 voorbij en ik vind het nog altijd heel spannend wat ik doe. Het geeft me energie.”

U sport ook. U bent al joggend gespot in Park Spoor Noord.
“Ah ja, dat klopt! (lacht) Ik loop regelmatig 10 kilometer. Ik beoefen ook geregeld Kendo, dat is Japanse zwaardvechtkunst. Ondertussen ben ik aan het powertrainen. Dat doe ik niet zomaar eigenlijk. In het najaar maak ik een film met de Franse regisseur Pierre Coulibeuf. Een deel daarvan wordt ook in Antwerpen opgenomen trouwens: in het Schoonselhof en het Rubenshuis. Pierre Coulibeuf maakt een film over mijn performances van de jaren 70 tot 90. Daarin zal ik volledig naakt verschijnen. Daarom ben ik nu aan het trainen, want ik wil er een beetje goed uitzien.” (lacht hartelijk)

Wie is  Fabre

Jan Fabre is geboren in Antwerpen op 14 december 1958. Zijn artistieke opleiding genoot hij aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Fabre is beeldend kunstenaar, theatermaker en auteur.

Expo PIETAS

  • tot 23 september 2012
  • dinsdag tot en met zondag van 10 tot 18 uur
  • Parkloods, Park Spoor Noord, Antwerpen-Noord
  • tel. 03 232 01 03
  • www.antwerpen.be/musea

 
Tekst: Nathalie Allard | Foto’s: François De Heel

Plaats een reactie

Spelregels...

Om te kunnen reageren moet u inloggen of zich registreren. Registreren gaat eenvoudig en snel. U kan dan ook deelnemen aan wedstrijden, foto's opladen, inschrijven op de nieuwsbrief, ...

De Nieuwe Antwerpenaar Info over de werking van de stad Antwerpen?